Aanmelden   Contact | Sitemap 
Naar de Homepage cdenhartog.com
Interview Psy website


Carla den Hartog: De ggz luistert wel, maar begrijpt het niet
Na de zelfdoding van haar zoon in 1985 opende Carla den Hartog (75) ruimhartig haar huis. Om nabestaanden een plek te geven hun ervaringen met elkaar te delen. ‘Ik pieker er niet over om te stoppen. Dit is mijn levenswerk.’

Al ruim twintig jaar kunnen nabestaanden bij haar terecht. ‘Het is mooi werk. Toch had ik het honderd keer liever niet gedaan. Dan had ik mijn zoon nog gehad en een leuk leven’, vertelt ze in haar bont ingerichte huiskamer in Amersfoort. Haar oudste zoon Harold zou dit voorjaar vijftig jaar zijn geworden, maar hij maakte op zijn 27ste een einde aan zijn leven.
 

Carla den Hartog - Interview Psy

 
‘Ik maakte me wel eens zorgen om hem, hij was zo’n gevoelige jongen. Die ochtend bracht ik hem zelf naar de trein. Hij vertelde nog dat hij zo’n gezellig weekend had gehad met zijn zus en broer.’ Later die dag kwam het afschuwelijke bericht dat Harold voor de trein was gesprongen. ‘In die tijd kreeg je als nabestaande niets te zien. Iemand kwam langs met wat spullen. Eén schoen, een tas en zijn ring. Daaraan konden we afleiden dat het om Harold ging.’

Herkenning en erkenning
Kort daarna zocht moeder Den Hartog psychologische hulp, ze wilde dat zelf graag. Met haar man kon ze er niet over praten. ‘Ik ga de ggz niet aanvallen. Ze luisteren wel, ze luisteren allemaal. Maar dat ene stuk, dat stuk ervaring, zullen ze nooit begrijpen. Ik had een bijzonder vriendelijke psychiater, die zakelijk gezien erg geïnteresseerd was in mij. Maar hij zei: “Mevrouw, ik kan meer van u leren, dan u van mij”. En dat was waar. De mensen die bij mijn gespreksgroepen komen, vinden niet alleen een luisterend oor, maar ook herkenning en erkenning.’

Nabestaanden worden veroordeeld
Jaarlijks doen 94.000 volwassenen een zelfmoordpoging. Het aantal geslaagde suïcides is ongeveer 1600 per jaar. Nabestaanden worden altijd zo veroordeeld bij zelfdoding, betreurt Den Hartog. ‘Ik weet nog goed dat ik in de beginjaren naar een bijeenkomst ging van de Vereniging van ouders van een overleden kind. Toen de aanwezigen hoorden dat mijn zoon zelfmoord had gepleegd, telde ik niet mee. Hij had het zelf gedaan en het zelf gewild, riepen ze. Een kind dat door ziekte of verdrinking overlijdt, was veel erger.’ Toen plaatste Carla den Hartog een oproep om met lotgenoten in contact te komen. Zo begon haar eerste praatgroep.

‘In het begin deed ik het samen met Ypsilon in het riagg-gebouw. Maar dan heb je beperkt de tijd en zit je op die kale klapstoeltjes. Al snel nodigde ik de groep bij mij thuis uit, hier zit je knus en hebben we de hele dag.’ Ieder jaar begeleidt ze twee of drie groepen van maximaal zeven nabestaanden. Zo hebben in de afgelopen twintig jaar ruim vierhonderd lotgenoten in haar huiskamer aan de soep met broodjes gezeten. Met sommigen heeft ze al die jaren contact gehouden.

Het blijft een taboe
Op zo’n eerste bijeenkomst begint Carla met haar eigen verhaal. ‘Dan pak ik de foto’s erbij en ga ik met de billen bloot. Ik begin bij de geboorte van Harold en daarna vertel ik alles. Ook over het kampsyndroom van mijn man en over de moeizame relatie tussen mijn man en mijn zoon. De keer daarop is iemand anders aan de beurt om zijn of haar verhaal te vertellen. Het mooie is dat ze altijd zeggen dat ze niet veel te vertellen hebben. Eenmaal aan het woord, zijn ze niet te stoppen. Dan is het ineens half zes ’s avonds.’

Het enige dat echt helpt, vindt Den Hartog, is praten, praten en nog eens praten. ‘Maar dat is moeilijk’, zegt ze, ‘het is en blijft een taboe. Wat dat betreft hebben nabestaanden levenslang. Mensen uit je directe omgeving vragen ook nooit door. Bij ziekte vragen mensen honderduit, maar bij zelfdoding word je vaak genegeerd. Ik snap ook wel dat je niet zo snel vraagt hoe iemand zich heeft verhangen.’

Familiegeheimen op tafel
De persoonlijke ambiance van haar huiskamer zorgt er mede voor dat mensen zich op hun gemak voelen. ‘Ik vraag ze herinneringen, foto’s of briefjes mee te nemen. Dan gaan de benen onder de bibs en wordt alles openlijk verteld. Alle familiegeheimen komen op tafel. Ik herinner me een mevrouw en haar vader had zichzelf in de brand gestoken. Dat vond zij zo’n afschuwelijke dood, dat ze het nooit eerder aan iemand had verteld. Hier durfde ze dat wel. Zeker toen ze merkte dat een andere mevrouw exact hetzelfde had meegemaakt bij haar partner. Erover praten is vaak zo’n opluchting.’

Ode aan Harold
Den Hartog ziet zichzelf niet als deskundige, maar wel als ervaringsdeskundige. ‘Nabestaanden van zelfmoord lopen vaak tegen dezelfde problemen aan. Zoals de waarom-vraag. Iedereen vraagt zich af waarom hij of zij het gedaan heeft. Ik ook. Verder spelen schuldgevoelens een belangrijke rol. Je vraagt je af of je genoeg hebt gedaan, of je wel alle signalen hebt gezien. “Je hebt gedaan wat in je vermogen lag”, zeg ik dan altijd.’

Nog altijd melden mensen zich aan voor de praatgroepen, via haar website, of via artsen, dominees en psychologen. ‘Ik pieker er niet over om te stoppen, dit is mijn levenswerk’, zegt ze ferm. Op haar schoot liggen een paar ongeopende envelopjes. Al die jaren bewaard. Er zitten ouderwetse guldens in. ‘Soms stoppen mensen me wat toe of bakken een cake. Deze envelopjes stopte een mevrouw altijd tussen de kussens van mijn bank. Ik heb ze dichtgelaten. Hiervoor vraag ik geen geld. Dit werk is mijn ode aan Harold.’ (Dana Ploeger)
 


Statistieken Website cdenhartog

 
 

Disclaimer

@ 2007, Cdenhartog.com.