“Carla den Hartog:
Mensen willen praten, praten, praten … en ik luister”
Carla den Hartog (75) uit Amersfoort begeleidt lotgenotenbijeenkomsten voor mensen die iemand aan zelfdoding hebben verloren. In haar eigen huiskamer, met soep en broodjes.
Carla: “Om de drempel te verlagen, begin ik altijd met mijn eigen verhaal.”
‘PSYCHIATERS, FAMILIELEDEN EN VRIENDEN KUNNEN NIET MEEVOELEN MET WAT JIJ VOELT'
Zeventien jaar geleden sprong de oudste zoon van Carla den Hartog – Harold, toen 27 jaar oud – voor een trein. “Toen ik daarna ging praten met een psycholoog, miste ik iets. Hij voelde niet wat ik voelde.“ Carla wilde contact met mensen die hetzelfde hadden meegemaakt. Dat hielp. En daarom begeleidt ze sinds vijf jaar zelf lotgenotenbijeenkomsten. Samen met Lea van der Cingel, die ook een zoon verloor door zelfdoding.
Waarom zijn lotgenotenbijeenkomsten zo belangrijk?
“De drempel om over zelfdoding te praten, is hoog. Het is een taboe. Psychiaters, familieleden en vrienden kunnen een heel eind met je meegaan, maar niet tot dat laatste stukje. Logisch, want zij hebben het niet meegemaakt. Zij kunnen niet meevoelen wat jij voelt. Ik weet wat die ander, die ook iemand heeft verloren door zelfdoding, bedoelt. Dat intense verdriet, dat verlatene, dat in de steek gelaten zijn. Dat stukje herkenning en het gevoel dat je niet de enige bent, vind je niet bij vrienden en familie. Een meisje uit mijn groep schreef me: ‘Je kunt in de groep vertellen of huilen zonder dat iemand je oplegt hoe je met de situatie moet omgaan. De pijn blijft, maar praten en luisteren kan helpen je eigen situatie te begrijpen en te verzachten. Ik dacht vaak: o, heb jij dat ook gehad? Dat sterkt enorm'.
Mensen willen praten, praten, praten. En ik luister. En steun. En deel mijn verhaal met ze. Bij mij thuis vertellen ze vaak meer dan bij een psychiater. Zeggen ze: ‘Ik heb dat eigenlijk nooit verteld, omdat ik bang was dat mensen het gek zouden vinden'. Wij kunnen zeggen dat we precies hetzelfde voelen. Iedereen vertelt een deel van hetzelfde verhaal. Hier vallen de puzzelstukjes in elkaar. Sommige dingen ben je alweer vergeten en vallen op hun plek als een ander erover praat. Als anderen hun verhaal vertellen, is het net of je je eigen verhaal hoort.”
Iedereen die iemand aan zelfdoding heeft verloren, wordt gekweld door de vraag: waarom…
“Ik zeg altijd direct dat ik daar geen antwoord op heb. Waarom doet iemand dit? Ik weet voor mezelf ook niet waarom Harold voor die trein is gesprongen.
De groepen zijn niet op therapeutische basis. Ik ben gewoon een moeder die haar kind heeft verloren op deze verschrikkelijke manier. Niet meer en niet minder. Ik breng de mensen bij elkaar. Ze trekken zich aan elkaar op, kunnen zien dat ze er niet alleen voor staan. Daarna kunnen ze vaak de draad weer oppakken.”
Hoe verlopen de bijeenkomsten?
“De eerste bijeenkomst is altijd heel onwennig. Mensen zitten toch in een vreemde huiskamer. Ik voel ze soms denken: wat moet ik met dat mens? Er is moed voor nodig om te komen. Maar áls mensen eenmaal vertellen, blijven ze vertellen. Om de drempel te verlagen, beginnen Lea en ik ons eigen verhaal. In de weken daarna doet elke avond één persoon zijn of haar verhaal.
Ze zeggen bijna allemaal dat ze niet weten wat ze over hem of haar moeten vertellen. Ik zeg altijd dat ze wat mee moeten nemen, zoals foto's, herinneringen van school, dingen waar diegene van hield. Ik raad ook aan om het thuis op te schrijven, zodat ze niet nerveus hoeven te zijn dat ze de draad kwijtraken. Als ze binnenkomen, denken ze nog met tien minuten klaar te zijn, maar meestal moet ik na twee uur zeggen dat we willen afronden. Sommigen maken een heel boekwerk. Bijna iedereen vindt het jammer als de bijeenkomsten zijn afgelopen. Ze zouden nog wel meer willen praten. Mensen hebben een band gekregen. Dat vind ik het mooiste: als mensen contact met elkaar houden.”
Niet bang zijn voor de heftige emoties?
“Nee, ik heb een sterke geest. Iedereen mag hier zichzelf zijn. Mensen die hun verhaal vertellen, kunnen enorm geëmotioneerd zijn. Ze mogen lachen, huilen, schreeuwen. Ik had eens een meisje in de groep die haar vader had verloren. Ze moest afwisselend schreeuwen, hysterisch lachen en daarna kon ze niet meer ophouden met huilen. Ik heb haar in bed gestopt met een asperientje. Na een tijdje kwam ze helemaal opgelucht weer naar beneden.”
Waarom is het zo moeilijk om over zelfdoding te praten?
“Als dit je overkomt, zit je met schuldgevoelens. Wat heb ik verkeerd gedaan? Had ik maar dit of had ik maar dat. Maar je hoeft je nergens voor te schamen. Je hebt het beste gedaan voor je zoon, dochter of partner. En of het genoeg was, weet je niet. Anderen hebben vaak direct een oordeel. Je ziet ze denken: er zal wel wat schorten aan dat gezin, of aan die familierelatie. Maar dat hoeft natuurlijk helemaal niet zo te zijn. Nabestaanden kunnen heel boos zijn op degene die zichzelf heeft gedood. Ze denken echter dat ze niet boos mogen zijn, of dat het raar is om boos te zijn. Maar het is heel logisch dat je kwaad bent. Je bent gewoon mens, met al je emoties. Wij hebben levenslang. Je hele gezinssituatie wordt anders. In een gezin verwerkt iedereen een zelfdoding op zijn eigen manier. Daardoor kan er een bepaalde verwijdering ontstaan. Mijn man heeft er nooit over gepraat en ik wil er graag over praten. Hij vindt het prima dat ik dit werk doe, maar hij heeft er geen belangstelling voor. Wij communiceren daar niet over.
Als iemand mij vraagt hoeveel kinderen ik heb, zeg ik altijd: drie, van wie de oudste aan zelfdoding heeft gedaan. Ik práát erover. Dan zeggen mensen ineens: ‘O, dat heeft mijn broer ook gedaan.'Of ze kennen iemand die het ook is overkomen. Mijn jongste zoon Win heeft twee jaar geleden een website voor Harold opgericht, waar ik erg trots op ben. Win ging volkomen door het lint toe hij hoorde dat Harold zichzelf had gedood. Hij wilde niet in therapie en heeft er nooit over gepraat. Tot hij die site oprichtte. Daar kon hij zijn ei kwijt. Al 35.000 mensen hebben de site bezocht, en ook zij kunnen hun verhaal doen. Elke dag is er é-mail en mail ik mensen terug. Ook houd ik contact met de mensen die in mijn groepen hebben gezeten. Dan vraag ik na een tijdje nog eens hoe het met ze gaat.”
Waarom doet u dit op vrijwillige basis?
“Mensen hebben zoiets verschrikkelijks meegemaakt. Ik wil niet verdienen aan het leed van anderen. Bovendien moeten ze hier naar mij in Amersfoort komen, ze hebben hun reiskosten. En ik geef een paar koppen koffie en wat soep met broodjes. Wat kost dat nou? Dat is Brabantse instelling. Ik word trouwens verwend met bloemen en zelfgebakken cake.
Ik heb wel eisen, hoor. Er mag bijvoorbeeld niet gerookt worden, want ik ben astmatisch.
Er is maar één nadeel: mensen zijn sneller geneigd af te haken als ze niet hoeven te betalen. Dat vind ik jammer.”
Eigenlijk bent u een geluk bij een ongeluk…
“Ik ben maar een klein schakeltje in het geheel. De mensen doen het zelf, geven elkaar vertrouwen. Ze moeten open en eerlijk zijn en bereid zijn hun verhaal te vertellen. En ze moeten elkaar respecteren. Er zijn maar weinig plekken waar je echt je verhaal kwijt kunt. Blijkbaar zijn groepen zoals die van mij dun gezaaid. Er komen zelfs mensen uit Friesland, Brabant en Drenthe naar me toe.
Ik heb ook groepen voor nabestaanden begeleid bij Ypsilon, een vereniging voor familieleden van mensen met schizofrenie of een psychose. Daar konden mensen een klein stukje van hun verhaal vertellen. ‘Ik wil zo graag meer vertellen,'lieten ze dan weten. Bij mij krijgen ze die kans.”
U bent nu 70 jaar; hoe lang blijft u dit nog doen?
“Er wordt wel eens gezegd: hoe houd je het vol, al die ellende en sores van een ander. Maar ik vind dat je iedereen in zijn waarde moet laten. Ik weet hoeveel behoefte ik er zélf aan had om erover te praten. Ik werkte nota bene in de psychiatrie; dat dit mij moest overkomen… Het zat me enorm hoog. Als ik geestelijk goed blijf functioneren – lichamelijk maakt me niet zoveel uit – wil ik het tot mijn 75ste doen. Ik houd me hiernaast ook nog met andere dingen bezig. Ik werk als vrijwilligster bij de zusters in het kloosterverzorgingshuis Agnietenhove. En ik speel bridge en jeu de boules. Lekker alle stress van me afgooien. Daarna kan ik er weer tegen.”
Er starten regelmatig nieuwe groepen. Kijk voor meer informatie over de lotgenoten-bijeenkomsten van Carla den Hartog op http://www.cdenhartog.com/. Op deze site kunnen bezoekers tevens hun eigen verhaal vertellen.
Nabestaanden mogen ook altijd bellen: Carla den Hartog (033) 4728266