
Op dinsdag 30 maart 2004 zat ik, samen met mijn vader, naar de uitvaartdienst van Prinses Juliana te kijken. Er werd
aangebeld. Ik deed open. Twee politiemensen stonden voor de
deur. Zij zeiden dat ze een heel ernstig bericht hadden.
Ze vertelden ons dat op maandag 29 maart 2004 te Valkenswaard
mijn oudste en enige broer Martijn overleden was. Hij was
dinsdagmorgen 30 maart 2004 gevonden. De schok en het
ongeloof waren erg groot.
Die dag vertrok ik, samen met mijn ouders, richting
Valkenswaard, daar waar Martijn zelfmoord had gepleegd.
Dat was een lange rit van enkele uren.
In Valkenswaard werden wij opgevangen door de politiemensen
aldaar, die Martijn daadwerkelijk gevonden hadden.
Deze politiemensen vingen ons erg goed op. Deze politiemensen
hebben ons nadien zelfs enkele keren gebeld, om te
informeren hoe het met ons ging. Dat zal ik nooit vergeten.
Ze lieten ons Martijn's portemonnee zien en zijn horloge. Beetje bij beetje werd het steeds duidelijker voor mij dat het toch echt Martijn was, die zich had gesuïcideerd. De politie informeerde ons omtrent Martijn's overlijden.
Ze lieten ons, op verzoek, de plek zien waar hij overleden was.
De politie reed voor ons uit en ze gingen naar de plek des onheils, onderwijl de zon achter de horizon wegzakte. Wij reden achter hen aan.
In de avondschemering, dinsdag 30 maart 2004, stonden wij gedrieën, geflankeerd door de twee behulpzame politiemensen, verslagen op de plek, waar Martijn 24 uur daarvoor tot een zeer moeilijk en erg dramatisch besluit was gekomen. Vervolgens moesten wij Martijn identificeren.
Dat is 't moeilijkste, dat ik ooit gedaan heb. Dit moesten wij samen doen, dit kon niet anders. De schok en het verdriet waren enorm groot.

Op maandag 5 april 2004, een week na dit grote drama, werd Martijn, na een zeer indrukwekkende uitvaartdienst en een zeer
indrukwekkende week, waarin wij afscheid van hem namen, begraven.
Ik begroef mijn oudste en enigste broer en tevens goede vriend Martijn.
Hij werd geboren in Groningen op 6 december 1971 als Dimmen, Joost, Martijn, kortweg "DJM." Toen Martijn ruim drie jaar oud was kreeg hij er een broertje bij. Dat broertje was ik. We konden het samen, vanaf dag een, erg
goed vinden! We hadden als kind een ruime fantasie en we wisten ons
samen uren lang te vermaken. Martijn speelde weleens poppenkast voor mij en hij las mij ook voor, toen ik nog heel klein was. We groeiden samen op en we werden elkaars beste maatjes.
Martijn kon beschouwd worden als een zeer talentvolle en
intelligente jongeman. Hij had talent voor muziek. Zo improviseerde hij prachtig op de piano en hij zong daar vaak ook bij. "Hè, even lekker pianospelen", zei hij dan tegen mij. Na een uur spelen kon hij er weer even tegen. Af en toe probeerde hij mij zijn zo makkelijk ogende improvisaties op de piano eigen te maken maar dit was moeilijker dan 't eruit zag.
Tevens had Martijn talent voor sport en hij had ook een talenknobbel.
Met spelletjes had hij vaak veel feeling en wist hij altijd nipt van mij te winnen. Vaak legde hij mij uit hoe hij wist te winnen. Hij keek mij dan aan, glimlachte even kort en heel geduldig ging hij dan uitleggen wat hij deed om te winnen. Dat was erg leerzaam. Met zijn charmante glimlach en zijn mooie voorkomen wist hij menig vrouwenhart sneller doen kloppen.
Praten kon Martijn als de beste en hij was een goed luisteraar, die mij vaak voorzag van nuttige tips. We hadden vele en diepzinnige gesprekken samen.
Ondanks al deze positieve en mooie eigenschappen kon Martijn het levensgeluk niet vinden. Martijn worstelde vanaf zijn vroege pubertijd ernstig met het leven en onverklaarbaar zware depressies waren vaak zijn deel. Martijn raakte steeds dieper in de put. Vaak wist hij zich uit de put te sleuren, om er vrij snel daarna weer in verzeild te raken. Zijn gedachtes werden door de jaren heen steeds negatiever, zwarter en somberder.
De maatschappij", het "systeem" werd door Martijn als een loden last ervaren. Identiteitscrisis volgde op identiteitscrisis. Martijn verloor de grip op het levensgeluk, zo kan gesteld worden.
Martijn raakte steeds dieper verzeild in de hulpverlening. Dit traject werd steeds moeilijker en zwaarder voor hem. De heren en dames van de hulpverlening konden geen vinger leggen op de problematiek, die Martijn parten speelde. Alles werd uit de kast getrokken om een vinger op Martijn's
problematiek te leggen. Medicatie werd tevens toegepast. Op 't laatst had Martijn vier verschillende soorten medicijnen, die een slechte uitwerking op hem hadden. In de loop der jaren werd Martijn ook suïcidaal.
Zijn suïcidalieit begon als een abstract idee dat verlichting moest brengen tijdens zijn depressieve buien. Dit abstractie idee wist zich, in de loop van vele, vele jaren, langzaamaan, via een moeilijk proces, te ontwikkelen
tot een concreet gevaar, dat in hem schuilde. Martijn had diverse suïcide-pogingen ondernomen. Hij wist dit altijd te overleven en hij kwam hier altijd weer bovenop. Na een poging gaf hij altijd wel blijk van een opluchting, dat de poging mislukt was. Hij sprak niet vaak over suïcide tegenover ons. Tevens had hij enkele jaren geen poging ondernomen, waardoor wij het gevaar hieromtrent op een laag pitje hadden gezet. Alhoewel wij altijd onbewust, diep in ons verborgen, de angst bleven houden dat hij ooit tot een zeer dramatisch besluit zou komen.
Martijn maakte, in de weken voor zijn overlijden, een zeer moeilijke periode door. Toen niemand dit meer verwachtte, maakte Martijn een eind aan zijn leven.
Na zes jaar mis ik hem nog elke dag. Hij leeft in onze beleving voort.
We branden nog erg regelmatig een kaarsje voor hem. Zijn verjaardag en zijn sterfdag zijn onderdeel geworden van een pijnlijke ceremonie, die elk jaar weer terugkeert, waarin we hem herdenken. Het is onwezenlijk en
zeer pijnlijk om dit mee te maken, zelfs nog na zes jaar. Sterker; het gemis wordt, in de loop der jaren, steeds groter. Schuldgevoel, ook al is dat niet terecht, alsmede gevoelens van verlies en verdriet, spelen ons zeker parten. Deze emoties hebben zich diep in ons wezen genesteld.

Martijn schreef ook een gedicht. Dit gedicht staat vermeld op zijn grafmonument.
De rust,
Rust maar,
rust in de avond
als de uil zijn ogen opent
en de gele flits
in zijn ogen schijnt-
de wijze uil.
Het kan en mag?
Ja. Ik zal waken
in het licht van de maan.
Ik kweek mijn eigen paradijs.
Nu red ik het wel.
Ik ben weer bij mezelf.
Martijn van der Klooster
Grafmonument voor Martijn