Aanmelden   Contact | Sitemap 
Naar de Homepage cdenhartog.com
Reacties praatgroep 2007


Nijmegen, woensdag 28 maart 2007

In de maanden januari en februari 2007 was ik 5 maal een hele zondag in de veilige, warme huiskamer van Carla in Amersfoort, samen met 2 andere moeders die ook, net als ik, hun dochter door zelfdoding verloren hebben. Op die plek waar niemand ooit wil komen, want alleen het verlies van een geliefd persoon door zelfdoding brengt je er. Maar ik wilde niets liever dan daar zijn, bij Carla, omdat ik er even mijn verdriet 'neer kon zetten' en bij kon komen, en kon praten, praten, praten..

Al heel snel na de dood van mijn dochter schreef ik het onderstaande op het subforum 'zelfdoding' van de LSR (Landelijke Stichting Rouwverwerking) omdat ik op zoek was naar lotgenoten.

"Nog maar enkele weken geleden is mijn dochter door zelfdoding om het leven gekomen. Ze is 21 jaar geworden. Ik surf op het Internet om antwoorden te vinden en om de verhalen te lezen van anderen die dit is overkomen.(.) Zijn er dan echt mensen die ook door deze nachtmerrie heen moeten en de moed vinden om dit te doen? Zijn er moeders die zo een kind verliezen? Het kind dat ze zo zorgvuldig en met liefde hebben grootgebracht? Ach, het maakt niet uit wat je kind bereikt in het leven, zolang het maar gelukkig is, wordt gezegd. Maar als juist dat er niet is?...

Mijn dochter was al een paar jaar ziek. Ze was een puber nog van 16 jaar toen het zich begon af te tekenen. Wat had ze? Terugkerende suïcidaliteit. Veel last van heel lijfelijk ervaren stress. Eetproblemen. Heel depressief. Ze vond zichzelf lelijk, een monster. Een enorme lijdensdruk zag ik, afgewisseld met ogenschijnlijk (?) wat betere perioden. Dat is was ik zag.

Ze streed zo dapper, zo enorm lief was ze. Mijn intelligente, mooie dochter. Keer na keer pakte ze school weer op, maar het lukte haar steeds weer niet. Ze raakte zo teleurgesteld, zo overtuigd dat ze zich nooit beter zou gaan voelen, dat ze er niet tegenop kon. Ze raakte in een negatieve spiraal. We konden haar niet bereiken.

Ik kan haar niet missen, maar ik moet haar missen. Ze kon niet gelukkig worden, het enige wat ik haar toewenste. Alles was er, maar het was niet genoeg.

Waarom heeft alle professionele hulp gefaald? Hebben ze niet gezien waar ze werkelijk aan leed?

En wij? Waarom was onze liefde niet sterker? Waarom werd ze al zo snel zo onbereikbaar voor onze liefde en goede raad?

En ik, ik werd zo vermoeid, ik kon niet meer op het laatst en toen gebeurde het. Ik zou weer alles willen doen, nog willen vechten om haar beter te krijgen, haar vasthouden. Maar het is onomkeerbaar. Ik zal haar nooit meer zien. Nooit meer.

Inmiddels zijn deze woorden al weer iets meer dan een half jaar geleden opgeschreven. Mijn dochter is om het leven gekomen op 28 augustus 2006. Morgen is het haar verjaardag en zou ze 22 geworden zijn.

Ik kreeg reacties van anderen op mijn verhaal en heb veel met lotgenoten gemaild via het forum van de LSR en VOOK (Ver. Ouders Overleden Kind). Met een van hen, ook een moeder van een dode dochter, heb ik twee maal afgesproken. Het was voor mij heel bemoedigend om een 'overlevende'te zien en het is een fijn contact. Zij is ook meegegaan naar Carla's praatgroep. Samen met een derde moeder en Carla hebben we lief en leed gedeeld. Lief; onze dochters, leed; de afschuwelijke, onvoorstelbare dood en het gemis.

Ik heb ontdekt dat hele lieve, hartelijke mensen; gewone mensen zoals jij en ik met de beste intenties, ook dit afschuwelijke niet hebben kunnen voorkomen. Zij hebben in hun leven ups en downs gekend, net als in elk mensenleven. Maar hun zoon, dochter, man, vrouw kon het leven niet aan. Dan wordt dit levensverhaal opeens van levensbelang. Daarom zijn wij genoodzaakt de balans op te maken, met de afschuwelijkst denkbare uitkomst.

Want wat we zoeken is een verklaring. Omdat het antwoord daarop niet eenduidig is, zoeken we de schuld bij ons zelf. De hulpverleners van mijn dochter hadden mij in mijn geval ook al op dat spoor gezet en vervolgens in de steek gelaten. De gierende onmacht en bezorgdheid die duurt en duurt en ook nog eens heel onzeker maakt en het er alleen voor staan doen de rest..

De eerste weken na de dood van mijn dochter leek het of ik zelf was doodgegaan en toch nog rondliep in deze wereld. Ik verbaasde me dat alles gewoon doorging. Alsof ik afgesneden was van het leven. Vanaf het moment dat het gebeurd was, realiseerde ik mij dat ik dit niet alleen aan zou kunnen. Alleen in verbondenheid met anderen; lotgenoten, naasten, vrienden en vrienden van mijn dochter, zou ik dit kunnen dragen. Ook besefte ik meteen dat ik maar beter kon proberen er 'langs op' te leven en kijken hoeveel ruimte me daarin gegeven is, dan te denken dat het over zal gaan. Dit verdriet blijft.

Het schuldgevoel dat in deze situatie, zo leerde ik, heel heftig is, voelde ik vooral fysiek. Een enorme druk op mijn hoofd, heel misselijk. Pas na een paar weken dacht ik opeens 'Maar ik heb het niet gedaan, zij heeft het zelf gedaan'. Toen voelde ik mij langzaam bevrijd raken van die zware last. Ik wist wel dat ik het niet gedaan had met mijn verstand, maar mijn gevoel was heel anders. Ik besefte dat ik me, zoals ik ook las in wat erover geschreven is, een moordenaar voelde. Ik heb minstens 10 boeken over zelfdoding gelezen en diverse televisie uitzendingen teruggekeken. Ik heb alle 'schrijfsels' van mijn dochter doorgelezen, dat laatste met veel verdriet, om het maar te begrijpen. Mijn therapeute met wie ik gesprekken had voor de rouwverwerking was daar kort over. 'Daar moet je nog van af' zei ze rustig maar overtuigend.

Ik ben een paar maanden na de dood van mijn dochter afgekeurd. Emotionele uitputting. Een zegen waar ik me elke dag zielsdankbaar voor voel. Ik dacht, laat ik eerst maar eens zien dat ik het over Kerst en Oud en Nieuw heen til. Maar in januari werd ik somber. Ik moest wat nieuws gaan doen, maar het moest met haar dood te maken hebben, anders kon ik het niet opbrengen. Ik was er nog zo mee bezig. Toen zag ik de oproep van Carla, van wie ik de site inmiddels gespot had. Toen wist ik wat me te doen stond.

Ik heb voor mijn verhaal bij Carla een heel mooi fotoboek gemaakt van mijn dochter, daar ben ik heel blij mee. En een boek met foto's van de begrafenis en alle teksten die uitgesproken zijn. We hebben gepraat, gepraat, gepraat... Ik heb me op kunnen trekken aan Carla en de twee andere vrouwen. De laatste zondag hebben we gewokt in een restaurant met de vorige praatgroep erbij. Ik vond het heerlijk om samen iets fijns te doen, terwijl je tegelijkertijd weet dat je het er over mag hebben, zoveel en zo vaak als je wilt. In het gewone leven merk ik dat mensen er niet over beginnen. Soms wil ik wel uit schreeuwen: 'Noem haar naam nog!!!'. Door gesprekken met Carla leer ik de omgeving in al zijn onkunde iets beter te begrijpen en accepteren, al blijven er voor mij grenzen. Hier geldt voor mij het 'Je leert je echte vrienden kennen'. Veel ballast kan overboord.

In de verbondenheid met anderen die dit ook hebben meegemaakt kom ik weer met mijn beide benen op de grond. Niet vanuit de hemel maar vanuit de hel.

Ik zie de toekomst nu met vertrouwen tegemoet. Ik heb er een hondje bijgenomen. Een buitenlands zwerfhondje. Een lieverdje. Dat geeft afleiding. Ik heb gemerkt dat het de kleine dingen zijn die het doen. Het is een cliché, maar het is een eerste levensbehoefte geworden voor mij. Die kleine dingen moet je leren zien en uitvergroten. Elk zonnestraaltje, elk aardig gebaar, elk plantje dat groeit, enzovoort. Ik leg ze in mijn weegschaal. Aan de andere kant van dat ondragelijke verlies en kom zo toch telkens een stukje meer in balans. Het boek 'Als verdriet blijft'van Judith Bernstein heeft mij ook erg veel gebracht. Het gaat over rouwverwerking na het verlies van een kind. Zeer de moeite waard.

Ik volg de ontwikkelingen op de website van Carla en schrijf soms op een oproep van een nabestaande of een jongere met problemen. Dat doet mij goed. Ik mail nog steeds met lotgenoten. Met de twee moeders van de praatgroep blijf ik contact houden. We gaan leuke dingen doen, hebben we bedacht. Aanstaande zondag is er een lezing hier in mijn woonplaats voor nabestaanden van zelfdoding door iemand die zelf ook lotgenoot is. Daar ga ik naar toe. Met de Ggz instelling die mijn dochter behandelde ben ik ook nog niet klaar. Ook daar heb ik een strijd te leveren. Om nog op te komen voor mijn dochter en ik hoop dat ik eraan kan bijdragen dat jongeren in een ernstige depressie niet meer aan hun lot worden overgelaten, zoals bij mijn dochter in mijn ogen gebeurd is. Het onderwerp laat mij nooit meer los, ik zal ermee begaan blijven. Ik ben aan het zoeken naar een vorm die daar voor mij bij past.

Toen de praatgroep van Carla was afgelopen, kwam de datum van een 'half jaar'voorbij. Ik heb een In Memoriam in de krant geplaatst ter nagedachtenis aan mijn dochter. Dat voelt heel goed. In mijn leven is er voorgoed een 'voor haar dood' en een 'na haar dood'. Ik ben blijvend veranderd. Ik draag dit grote verdriet mee voor de rest van mijn leven, maar tegelijkertijd lijkt het alsof het me gegeven is uit een heel nieuw reservoir te mogen putten, wat me enorm verrijkt en rustig maakt.

Paulien

 


Lieve Carla,

Allereerst wil ik je nog bedanken,naast onze gesprekken, voor je gastvrijheid.
Allebei zijn ze goed overgekomen.
Ik heb er ook veel aan gehad, je kunt door de gesprekken met anderen, toch relativeren.

Je denkt, je dochter springt voor de trein, dat praat je met Mirjam en Paulien en
dan hoor je hoe Sjemsja er een eind aan heeft gemaakt, dan besef je toch dat het nog erger kan.

Carla, nogmaals heel hartelijk dank voor alles, en hoop dat het goed met je gaat. Liefs Ankie.



Statistieken Website cdenhartog

 
 

Disclaimer

@ 2007, Cdenhartog.com.